Leestijd: 4 minuten

De cirkel van het oordelen

Over ‘faalangst’ en oordelen

Misschien is faalangst een beetje te sterk uitgedrukt, maar je kent vast wel gedachten als: ‘Wat zal die ander er van denken als ik dat doe’, ‘Kan ik dat wel maken?’ ‘Ze zullen wel denken’, ‘Zullen ze dat niet gek vinden?’ ‘Dat hoort toch niet zo?’ en meer van zulke gedachten. Heel veel mensen zijn bang om het ‘fout‘ te doen. En dat weerhoudt je er van om sommige dingen te doen, omdat je bang bent voor de mening van die ander.balans

Wat gebeurt er eigenlijk als zulke vragen bij ons boven komen?

Ten eerste weten we die mening van een ander helemaal niet, dat bedenken we zelf. Vaak klopt het niet eens. En bovendien richten we ons dus op de mening van een ander in plaats van op onszelf. We vragen ons af wat die ander er van vindt, in plaats van wat wij zelf vinden. Maar het is toch ons leven?

Wat vinden wij er zelf van?!

We kunnen onszelf beter de volgende vragen stellen: 

  • is het juist wat ik doe
  • is het acceptabel
  • doe ik er niemand onrecht mee
  • is er een wet die het verbiedt
  • is het onmenselijk
  • wat zijn de gevolgen, en wil ik dat
  • is dit echt wat ik wil

Dit zijn vragen die we onszelf kunnen stellen om te bepalen of we iets willen doen of niet. En natuurlijk is het prima om rekening te houden met anderen – dat is een mooie, respectvolle houding – maar het moet wel je eigen keuze zijn. Doe of laat vooral niet iets, omdat je ‘bang bent’ voor wat die ander er van zegt.

Begrijpelijk

Weet je, die angst is eigenlijk best logisch. Ik hoor zo vaak, dat men de ander ergens op ‘veroordeelt’.  ‘Hoe kan hij dát nou doen, belachelijk!’ ‘Ja hoor, hij denkt zeker dat hij alles beter weet.’ ‘Heb je al gehoord wat ze zei? Ze is niet wijs!’ ‘Hoe kun je als moeder nou zoiets doen. Dan ben je echt een slechte moeder’, ‘Ach ja, wat kun je verwachten; hij is altijd al zo geweest.’

Zie je  hoeveel oordeel hier in zit? Als je iets wilt doen (of laten), dan kun je automatisch al die stemmen horen die er ‘iets van vinden’, omdat je die al zo vaak gehoord hebt. Dat is dus niet bepaald helpend om je eigen mening te vormen. Niemand wil tenslotte voor ‘gek’, of ‘dom’, of wat dan ook verklaard worden. Ik denk: hoe vaker je zulke uitlatingen gehoord hebt, hoe moeilijker het voor je wordt om aan je eigen mening vast te houden.

De andere kant

En weet je wat zo erg is? We maken ons daar allemaal wel eens schuldig aan. Vooral als iets in onze ogen heel extreem is. Het is zo makkelijk om een oordeel te hebben. En vaak is dat gekoppeld aan de persoon. Op zo’n moment horen we dus bij ‘de groep die oordeelt’. En dat houdt vervolgens de ‘angst voor de mening van de ander’ – bij die ander – in stand. We zijn dan dus gewoon medeplichtig aan iets, waar we zelf zo’n last van kunnen hebben.

Bovendien is het zo dat, als wij over een ander oordelen, we in feite ook over onszelf oordelen. Want wàt, als wij zèlf eens dingen doen die we eigenlijk niet zo zouden moeten doen. Dan vel je dat oordeel dus over jezelf. Je kunt jezelf dan waardeloos voelen. Maar dat is ook niet terecht. Jij bent niet waardeloos, je hebt alleen een foute keuze gemaakt. Let dus goed op je woorden of er een oordeel in zit.

Mag ik dan geen mening hebben?

Maar, zul je zeggen, ik mag toch wel ergens iets van vinden? Ik mag toch wel een mening hebben? Natuurlijk, dat is in mijn ogen nou juist zo belangrijk: een mening hebben, weten wat je ergens van vindt, zonder de ander naar de ogen te kijken.

Wat is het probleem?!

Het probleem zit er in, dat je de acties van de ander koppelt aan ‘wie hij is’. Je beoordeelt de persoon in plaats van de daden. Het is de kunst, om een menig te hebben over wàt die ander doet of vindt, zonder daarmee ook de persoon zelf af te wijzen. Kijk naar de feiten, los van de persoon. En dat geldt ook voor jezelf. Als je iets ‘niet goed’ hebt gedaan dan ben jij niet waardeloos, je hebt een foute keuze gemaakt. Dat is iets heel anders.

Ook (en vooral) bij kinderen

Dit principe geldt overal, bij iedereen. Dus ook bij je kinderen. ‘Wat ben jij ook een sloddervos’. ‘Sjonge, wat ben jij dom, dat je dat niet begrijpt’.  ‘Ga aan de kant, slome’.schuldig

Wat doe je met dergelijke uitspraken?! Je legt een oordeel op het kind. En als het kind regelmatig zulke oordelen hoort, zal het zijn verdere leven er van overtuigd zijn, dat het een domkop, een slome, een sloddervos en dergelijke is. Voor kinderen is het zelfs nog veel schadelijker. Je kunt als kind nog niet relativeren. Je neemt het als kind mee je volwassenheid in. En kom er dan maar weer eens af; dat is vaak niet makkelijk.

Daarom

Dus mijn oproep aan ieder: probeer de feiten te benoemen, en leg geen oordeel op een ander, groot of klein. Een oordeel op iemand leggen verhindert de verandering, of maakt het in elk geval een stuk moeilijker. Het gevolg is namelijk dat iemand zich gaat gedragen naar dat oordeel. ‘Ik ben toch een domkop?! Dan hoef ik ook niets te weten’.  ‘Ik kan er ook niets aan doen dat het hier zo’n troep is, ik ben nu eenmaal een sloddervos’.  NEE! Niemand is per definitie iets. Je kunt altijd opnieuw je keuzes maken, en je kunt veranderen, als je dat zelf wilt! En wie zegt, dat die ander gelijk heeft!? Jij kent jezelf het beste. Onderzoek jezelf, en verander wat jij wilt veranderen. Maak je keuzes weloverwogen, en maak je eigen keuzes. Dan ben je trouw aan jezelf, en dat is belangrijk.

Heb jij zelf last van ‘veroordelingen’ vanuit je jeugd? Vind je het soms moeilijk om je eigen mening naar voren te brengen? Je mag het hieronder met ons delen, als je dat wilt. Misschien heeft een ander er iets aan (vast wel).